|
|
|
| Het Amarna intermezzo is genoemd naar Tel el-Amarna, de huidige naam van de stad Achetaton. Deze turbulente periode besloeg de regeringsperioden van vier Farao's: Achnaton, Smenchkare, Toetanchamon en Eje. Vanuit Achetaton, de nieuwe hoofdstad, verspreidde Achnaton zijn religieuze en vormgevingsideeën Hij voerde het monotheisme in. De zonnegod Aton was de enige god, Achnaton was de vertegenwoordiger van Aton op aarde, en alle andere goden werden verboden. Een enorme breuk met het rijke religieuze verleden van Egypte, die hem in latere generaties de bijnaam 'de Ketter' opleverde. | ||
| Naast dit idealisme was Achnaton een fijngevoelig en kunstzinnig mens. Het was waarschijnlijk Achnaton zelf, die de Hymne aan de Aton schreef, een ontroerend vers, zijn liefde voor de god Aton tonend. Dit vers is in zijn langste versie te vinden in het graf van Eje, de vader van Nefertiti. Het vertoont zoveel gelijkenis met Psalm 104, dat het de inspiratiebron ervan geweest moet zijn. Hieronder ziet u de Engelse versie. | ||
|
|
||
|
houdt
uw muis even boven de tekst om de 'papyrusrol' te stoppen
|
||
| Tegelijkertijd vonden er ook enorme veranderingen plaats in de kunst. Tot dan toe is er in Egypte de gewoonte om op een gestileerde wijze personen af te beelden. Het lichaam wordt zodanig afgebeeld dat de kenmerkende delen steeds goed zichtbaar zijn: het gezicht in profiel, de voeten in profiel, maar de torso weer frontaal. Beelden van personen waren ideaal van verhoudingen en toonden zulke mooie gelaatskenmerken, dat ze een soort anonieme schoonheid kregen. Tegelijkertijd waren de poses star en krijgshaftig. Dit leverde onnatuurlijke en abstracte poses op waar Achnaton vanaf wilde. Het is goed mogelijk dat dit gebeurde door uitwisseling van informatie met een andere grootmacht, die in die tijd ook een bloeiperiode doormaakte. Op Kreta werden veel vloeiende lijnen gebruikt en mooie natuurlijke poses getekend en gebeeldhouwd en mogelijk was deze Minoïsche kunst van grote invloed op de ideeën van Achnaton. | ||
![]() |
Deze
vernieuwingen in de kunst en het zich afzetten tegen het tot dan toe gebruikelijke,
resulteerden in een overdreven weergave van de menselijke vormen. Achnaton
zelf lijkt haast wel een vrouw, met zijn brede heupen en smalle borstkas.
Zijn kin is uitgerekt, zijn gezicht smal en uitgesproken. Ook zijn vrouw,
Nefertiti, werd zo afgebeeld. Verder werden zij in bijna naakte poses
afgebeeld, ongehoord tot dan toe.
|
![]() |
| De scènes die worden afgebeeld zijn ook geheel nieuw. Achnaton laat zich niet tonen in strijdlustige scènes, als machtig heerser die andere volkeren overwint, maar als familieman, die samen met zijn vrouw offers uitbrengt aan zijn favoriete god, Aton. Het dagelijks leven wordt getoond, in al zijn charme en onbevangenheid. Zo krijgt deze kunst een menselijkheid en een warmte die niet eerder vertoond was in de Egyptische kunst, en erna ook niet meer vertoond zou worden. |
|
|
|
|
Onder Toetanchamon werden nog wel afbeeldingen in deze Amarna stijl gemaakt. Zijn zetel, gevonden in zijn graf, geeft een lieflijke scène aan met zijn vrouw, Anchesenamon, de derde dochter van Achnaton, waarbij zij zijn arm insmeert met verzorgende olie. Andere beelden in het graf zijn alweer in de traditioneel Egyptische stijl gemaakt. De kwaliteit van de kunst- en gebruiksvoorwerpen, gevonden in het graf van Toetanchamon, tonen het enorm hoge kwaliteitsniveau. De koninklijke kledingstukken waren van zo'n fijn garen en met zulk een vakmanschap geweven, dat zij heden ten dage niet nagemaakt kunnen worden. Het massief gouden dodenmasker van Toetanchamon, een afbeelding van deze jonge Farao in de traditionele stijl, getuigt van zo'n vakmanschap, dat het aanzien ervan je de adem beneemt. Het vakmanschap behaalde zo'n niveau van perfectie, dat de hand van de vakman zelf onzichtbaar was geworden. | |
![]() |
||
| Tijdens het bewind van Toetanchamon werd, onder invloed van de priesters, begonnen met de terugkeer naar het meergodendom, en tevens een terugkeer naar de traditionele vormgeving. Echter pas onder de opvolger van Eje, Horemheb, de laatste Farao van de achttiende dynastie, werd definitief afgerekend met deze bijzondere periode. Deze turbulente periode besloeg derhalve nog geen twintig jaar. Amenhotep IV veranderde zijn naam in Achnaton rond 1346 voor Christus en verhuisde zijn regering twee jaar later naar Achetaton. Toetanchaton veranderde zijn naam in Toetanchamon rond 1330 voor Christus, twee jaar nadat hij de stad Achetaton had verlaten en zijn regering naar Memphis had verhuisd. Achetaton werd maar 12 jaar gebruikt als hoofdstad. | ||